Hoe het ook zij: onlangs hebben dus heel wat fondsen die overstap gemaakt. Daarbij een flink aantal kleinere fondsen, maar ook een aantal hele grote: Bouwnijverheid, Metaal en Techniek (de ‘kleinmetaal’) en Zorg en Welzijn bijvoorbeeld. Het grootste pensioenfonds van Nederland, het ABP (Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds), stapt met ingang van 1 januari 2027 over. Een van de meest ingewikkelde punten bij die overstap is het op een eerlijke manier verdelen van het vermogen van het pensioenfonds over alle deelnemers (jong, oud of inmiddels ergens anders werkend) en gepensioneerden. Want straks krijgt iedereen zijn of haar eigen ‘pensioenpotje’.
De wet schrijft niet voor hoe die verdeling moet plaatsvinden. Alleen maar dat dat op ‘evenwichtige wijze’ moet gebeuren. Het is de taak van de besturen van pensioenfondsen om zo’n evenwichtige belangenafweging te maken. De Koepel Gepensioneerden (waarbij zowat alle verenigingen van gepensioneerden bij pensioenfondsen en pensioenverzekeraars zijn aangesloten) heeft zich vanaf het begin tegen de manier waarop die verdeling moet plaatsvinden aan bemoeid. Zo is de Koepel erin geslaagd om in de wet de verplichting opgenomen te krijgen dat de opvatting van verenigingen van gepensioneerden moet worden meegenomen in de uiteindelijke keuzes daarover. En dat bij die keuzes het onder het oude stelsel door gepensioneerden opgelopen koopkrachtverlies (de ‘indexatie-achterstand’) moet worden betrokken.
Dat, in combinatie met het feit dat pensioenfondsen straks minder grote buffers hoeven aan te houden, heeft ertoe geleid dat bij de overstap naar een nieuwe regeling een zogenaamde ‘invaarbonus’ kan worden verstrekt. Met andere woorden: dat de pensioenen op dat moment worden verhoogd. Soms een beetje, soms heel veel. Tot wel 20%. Anders dan de term bonus suggereert gaat het dan niet om een eenmalig uit te betalen bedrag, maar om een levenslange verhoging die de gepensioneerde elke maand in zijn of haar portemonnee terugziet. Daarmee wordt in ieder geval een deel van het in de loop der jaren ontstane koopkrachtverlies goedgemaakt. En soms alles. Dat er zo’n groot verschil tussen pensioenfondsen, en dus tussen die invaarbonussen, zit komt omdat het ene pensioenfonds er beter voorstaat dan het andere.
Dat is mooi natuurlijk, zo’n verhoging van je pensioen. Maar dàt er geld vrijkomt voor zo’n verhoging is zoals gezegd vooral een gevolg van de minder strenge buffereisen in de nieuwe Pensioenwet. En dat komt op z’n beurt weer omdat het nieuwe stelsel minder hard dan het oude belooft dat pensioenen in principe nooit worden verlaagd. Ook in dat oude stelsel gebeurde dat trouwens wel eens. Zo moesten gepensioneerden die in de metaal hebben gewerkt ooit maar liefst 7% van hun pensioen inleveren. Overigens bevat het nieuwe stelsel, waarin pensioenen iets meer gaan meebewegen met de aandelenbeurzen, vooral voor gepensioneerden nog wel allerlei beschermingsconstructies om zo’n verlaging te voorkomen. Een deel van de oude buffers is daarvoor bestemd.
Nog belangrijker echter is dat iedereen zich realiseert dat die nu uitgekeerde invaarbonus niks zegt over of het nieuwe stelsel de belangrijkste belofte van de wet gaat waarmaken: dat ‘beter zicht op een koopkrachtiger pensioen’ ontstaat. Daarvoor is het nodig dat pensioenen na die overstap jaarlijks de prijsstijgingen bijhouden. De Koepel Gepensioneerden twijfelt eraan of dat gaat lukken. Daarom heeft de Koepel eerder aangedrongen op onderzoek daarnaar èn heeft ze een aantal instrumenten aangedragen die pensioenfondsen beter in staat moeten stellen die belofte in te lossen. Momenteel vindt daar, op verzoek van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, onderzoek naar plaats.
Wilt u ook dat in het nieuwe pensioenstelsel uw belangen als gepensioneerde goed en stevig worden behartigd?
Word dan lid van één van de bij de Koepel aangesloten verenigingen van gepensioneerden of lokale seniorenverenigingen:
https://www.koepelgepensioneerden.nl/lid-worden-loont/
