Hoewel het coalitie-akkoord de opvattingen van het nieuwe kabinet weerspiegelt, is het ook de openingszet voor een reeks onderhandelingen. Want er is sprake van een minderheidskabinet. Van een regeringsploeg die niet automatisch kan rekenen op een meerderheid om haar plannen werkelijkheid te laten worden. Niet in de Tweede Kamer. En ook niet in de Eerste Kamer. Daarvoor zal men andere partijen moeten zien te overtuigen. En in Den Haag geldt dan één regel: ‘niets voor niets’. Dat biedt mogelijkheden om een aantal plannen tegen te houden. Of drastisch aan te passen. Ruimte voor andere plannen ook. En dat betekent dat de soep wellicht niet zo heet wordt gegeten als ze is opgediend.
Hopelijk geldt dat bijvoorbeeld voor de plannen met de AOW-leeftijd. Die gaat als het aan het nieuwe kabinet ligt straks één-op-één omhoog met de levensverwachting. Dat is een heel stuk sneller dan nog maar een paar jaar geleden met ‘de polder’ (vakbonden en werkgevers) werd afgesproken. Namens het toenmalige kabinet werd die afspraak overigens gemaakt door minister Wouter Koolmees … van D66. Het kan verkeren, heet dat. In het debat dat over het coalitie-akkoord werd gevoerd, waren de AOW-plannen van het kabinet hoofdonderwerp. Logisch ook, want hoe betrouwbaar ben je als overheid als je terugkomt op je eigen afspraken. Zeker ook als je vakbonden en werkgevers ook deze keer weer uitnodigt om een akkoord te sluiten. De vraag is of die daar fiducie in hebben. Bij vakbond FNV, die al een jaar gebukt gaat onder onderlinge ruzies, treedt binnenkort een nieuwe voorzitter aan: durft die het aan om compromissen te sluiten met een kabinet dat bijvoorbeeld ook de duur van de werkloosheidsuitkeringen wil halveren?
Lastig is dat het in het debat nauwelijks ging over het door het kabinet gebruikte ‘frame’ om de gewenste AOW-ingreep te rechtvaardigen en dat is dat de AOW zo langzamerhand onbetaalbaar zou worden. Direct na de presentatie van het coalitie-akkoord hebben de Koepel Gepensioneerden en naar partners in de Seniorencoalitie er al op gewezen dat dat beeld pertinent onjuist is. De kosten van de AOW, afgezet tegen ons nationaal bruto product, zijn al jaren min of meer constant. Ondanks de vergrijzing. Daarnaast betalen AOW-ers er inmiddels zelf aan mee.
Eenzelfde onjuist, maar hardnekkig beeld over ‘de kosten van ouderen’ bestaat als het gaat over de zorg. Het idee is dat de stijgende zorgkosten enkel en alleen worden verklaard door de zogenaamde vergrijzing: ‘Met de leeftijd komen immers de gebreken.’ Dat is op zich correct en in het laatste jaar van iemands leven worden over het algemeen de meeste kosten gemaakt, maar de ouderenzorg staat nog niet voor de helft van de totale zorgkosten en is bovendien niet het deel dat het meest in kosten stijgt. Toch slaat een onevenredig deel van de nu voorgenomen bezuinigingen (‘besparingen’ in Haags jargon) neer op senioren. De voorziene forse verhoging van het eigen risico bijvoorbeeld. Maar ook de alvast maar ingeboekte bezuiniging op de belastingaftrek van specifieke zorgkosten die niet (volledig) door de ziektekostenverzekeraar worden vergoed. Die ingreep treft met name ook senioren met hoge zorguitgaven.
Voorzitter John Kerstens van de Koepel Gepensioneerden: ‘Uit eerste berekeningen die we maakten, blijkt dat dat op jaarbasis zo maar honderden euro’s kan schelen. En het beeld mag dan wel eens anders zijn: die heeft echt niet elke oudere op de plank liggen. Te vaak wordt vergeten dat achter kille cijfertjes echte mensen schuilgaan. Het is dan onze taak om dat duidelijk te maken. Daarom hebben we de politiek ook meteen hierover benaderd. En dat blijven we doen.’
Word óók lid van de Koepel Gepensioneerden: https://www.koepelgepensioneerden.nl/lid-worden-loont
