Lucas en Arthur Jussen en hun nieuwste digitale album PEER GYNT

Met hun blonde haren, helblauwe ogen en magistrale vingers reizen de pianobroers Lucas en Arthur de wereld rond. Ze treden op samen met vooraanstaande orkesten en dirigenten en worden met hun briljante en energieke spel overal geroemd. Ondanks deze successen zijn ze down-to-earth gebleven. En zijn ze heel blij om samen op pad te gaan. Arthur: “Wanneer een vlucht is vertraagd, je in een vreselijk hotel zit of je hebt last van een jetlag, dan is het heel fijn dat je iemand hebt om je frustraties te delen. Maar ook wanneer een optreden goed is gegaan, is het heel gezellig om dat samen te vieren onder genot van een biertje.”

Tekst: Mirjam Preusterink 
Foto: Jesaja Hizkia

Vorig jaar heb ik deze drukbezette musici mogen interviewen. Ze vertelden toen over hun nieuw repertoire: geen fysieke CD of album, maar een digitaal drieluik. RÊVE, het eerste deel was toen net uitgekomen met werk van Franse onbekende impressionisten. Deel twee CANTUS verscheen het afgelopen voorjaar met muziek gebaseerd op een aria of koraalmelodie. 31 oktober 2025 komt het derde en laatste deel van deze drieluik uit: PEER GYNT met suites van de Noorse Edvard Grieg. Alle drie heel verschillend, maar daarom ook heel bijzonder.
Hierbij een korte samenvatting van het mooie gesprek met deze sympathieke en wereldberoemde pianisten.

Hebben jullie bepaalde rituelen voor een optreden? Arthur: “Het enige ritueel is, dat we geen ritueel hebben. Bij ons eerste concert kregen we allebei een geluk-kikkertje van iemand. Onze moeder heeft dat toen van ons afgenomen. Ze legde uit dat het niet verstandig is om afhankelijk te zijn van dit kikkertje. Je zou het een keer kunnen vergeten of kwijtraken. Daarom is ons ritueel dat we flexibel zijn. Het liefste spelen we goed in, maar wanneer dat niet mogelijk is, zijn we niet in paniek.”

Wat is het belangrijkste wat jullie van jullie ouders hebben geleerd? Arthur: “Ik denk een goede balans te hebben tussen heel hard werken en een dag helemaal niets doen. Er echt voor gaan, maar ook genieten samen met je vrienden en een wedstrijd van Ajax kijken in de kroeg. Het leven in perspectief te zien, vooral in drukke periodes.”

Met Ajax gaat het helaas niet zo goed. Zijn jullie nog fan van deze Amsterdamse voetbalclub? Arthur: “Ja, natuurlijk. Je bent fan in goede en in slechte tijden.”

Hebben jullie een lijfspreuk? Lucas: “Eentje van onze opa: ’Gewoon dom kijken en lachen.’ De mensen waarmee we werken kunnen best serieus zijn. Soms komen we in een situatie terecht, waar we niet goed weten om mee om te gaan. Dat kan wel eens voor stress zorgen. Bijvoorbeeld wanneer we een belangrijke minister of iemand van een Koningshuis ontmoeten of we worden uitgenodigd voor een officieel diner na een concert. (lachen) Op zo’n moment denken we aan onze opa.”

Hoe blijven jullie zo gewoon? Arthur: “We zijn opgegroeid in een familie, waarbij iedereen wordt gerespecteerd. We zijn nooit met een bepaalde klasse uit de samenleving opgetrokken. We waarderen iedereen, want elk mens heeft iets positiefs. Zowel de stratenmakers, die momenteel in onze straat de bestrating aanleggen. Maar ook de medegasten aan een sjiek diner. We vinden het heel gezellig om in café Nol liedjes van Andre Hazes te zingen met de andere bezoekers. We zullen nooit iemand buiten sluiten en die afwisseling is ontzettend leuk.”

Hebben jullie een slechte gewoonte of eigenschap? Arthur: (uitbundig lachen) “Los van dat biertje heb ik geen tekortkomingen. Lucas: (lachen) “Ik zeg niets. Zelf vind ik het geen slechte eigenschap, maar volgens de mensen om mij heen preek ik af en toe. Bijvoorbeeld wanneer we ooit in een bepaald hotel hebben geslapen. Dan zegt iemand in mijn familie tegen mij: ‘Rechts van het hotel was een heel goed restaurant, waar we gegeten hebben.’ Dan weet ik zeker dat het links was. Dan benoem ik dat natuurlijk. Maar sommige familieleden houden vol dat het rechts is, ook al weten ze op een gegeven moment dat het niet zo is. Dan word ik helemaal gek en mijn dag is verpest.”

Zit diegene nu naast je? Lucas: “Onder andere, maar er zijn nog meer in de familie: mijn vader, moeder, vriendin en de vriendin van Arthur. De hele wereld is dan tegen mij, dan graaf ik mij helemaal in.”

Willen jullie nog iets meegeven aan de lezers? Lucas: “Ik denk dat deze mensen ons meer te vertellen hebben dan wij hun. Zij hebben veel meer levenservaring. Natuurlijk wensen wij de lezers het allerbeste.”