Ten eerste loont het om de aangifte sowieso te openen, óók als er geen verplichting wordt verwacht. Er is bijvoorbeeld geen aangifteplicht voor werknemers met één werkgever die niet veel extra's verdienen, mensen met alleen een uitkering of pensioen, mensen die geen vermogen boven de vrijstelling hebben en mensen die geen eigen woning bezitten. Veel teruggaven zitten in heffingskortingen, aftrekposten of foutief vooraf ingevulde gegevens, en die komen pas naar voren als de aangifte echt wordt doorgelopen.
Ten tweede: hou je aan de deadline. Wie te laat indient en moet bijbetalen, kan belastingrente verschuldigd worden. Lukt het niet om op tijd alle gegevens te verzamelen, dan is het vaak beter om een redelijke schatting in te dienen en later te corrigeren, of (waar passend) tijdig uitstel aan te vragen.
Ten derde: behandel “vooraf ingevuld” als “vooraf gesuggereerd”. Controleer bedragen en categorieën, want niet alles is compleet of correct. Zeker bij beleggingen, buitenlandse posten en sommige aftrekposten ontbreken gegevens of zijn ze niet één-op-één over te nemen.
Ten vierde: fiscale partners moeten niet alleen invullen, maar ook verdelen. Veel posten, zoals bepaalde aftrekposten en box 3-vermogen, kunnen tussen partners worden verdeeld, en die verdeling kan netto veel verschil maken. Het is vaak de snelste ‘optimalisatie’ in de hele aangifte.
Ten vijfde: de eigen woning blijft een valkuil door details. Controleer of de hypotheekrente aftrekbaar is, of de lening aan de voorwaarden voor box 1 voldoet, of verbouwingsleningen juist zijn verwerkt, en of de WOZ-waarde klopt .
Ten zesde: box 3 vraagt dit jaar meer eigen werk, vooral als het forfait ongunstig uitpakt. Nieuw is dat het doorgeven van het werkelijk rendement als tegenbewijs voor 2025 direct in de aangifte kan, in plaats van via een los formulier. Dat kan gunstig zijn als het werkelijke rendement lager is dan het forfait, maar de bewijslast blijft: het moet onderbouwd kunnen worden met administratie en brongegevens.
Ten zevende: bij box 3 ontbreken juist bij de moeilijke onderdelen vaak gegevens. Crypto wordt bijvoorbeeld niet vooraf ingevuld en transacties (aan- en verkopen, stortingen en onttrekkingen), staan niet altijd klaar in de vooraf ingevulde aangifte. Wie werkelijk rendement wil doorgeven, moet bovendien rente, waardemutaties en transacties zelf compleet krijgen; dat maakt het verstandig om bank- en brokerafschriften en transactieoverzichten paraat te hebben. Nadere info is bij box 3 vooral nodig boven het heffingsvrij vermogen. Dat ligt in 2026 zonder fiscale partner op €59.357, met fiscale partner op €118.714.
Ten achtste: specifieke zorgkosten verdienen extra aandacht, omdat de regels voor vervoer eenvoudiger zijn geworden. Voor zorgkilometers met de auto mag in 2025 met een vast bedrag per kilometer worden gerekend, en voor bepaalde “leefkilometers” geldt onder voorwaarden een vast bedrag. Voor veel mensen is dit precies het soort aftrekpost dat blijft liggen omdat bonnetjes of kilometeradministratie ontbreken—terwijl het bij chronische of langdurige trajecten aantikt.
Ten negende: groen beleggen is minder royaal dan voorheen, maar kan nog steeds relevant zijn. De vrijstelling en daarmee het voordeel zijn in 2025 fors verlaagd; wie groenfondsen heeft, wil checken of alles correct is ingevuld en of de juiste fondscodes zijn gebruikt.
Ten tiende: ondernemers en bijverdieners moeten eerst zeker weten in welke inkomenssoort de activiteiten vallen. Een KvK-inschrijving betekent niet automatisch “ondernemer voor de inkomstenbelasting”; dat bepaalt of aftrekposten zoals zelfstandigenaftrek en startersaftrek überhaupt kunnen gelden. Als die aftrekposten wél van toepassing zijn, is het urencriterium (1.225 uur in 2025) vaak beslissend en is onderbouwing belangrijk: agenda, offertes, correspondentie en administratie helpen om het aannemelijk te maken. Ook zakelijke kosten moeten scherp worden gescheiden van privé; bonnetjes en facturen zijn daarbij essentieel.
Ten elfde: let op inkomen dat bijvangst lijkt, maar wel effect heeft op heffingskortingen en tarieven. Vanaf 2025 wordt de algemene heffingskorting afgebouwd op basis van het verzamelinkomen (dus box 1 + box 2 + box 3), waardoor dividend of vermogen sneller kan doorwerken in een lagere korting. Voor mensen met aanmerkelijk belang is bovendien het box 2-plaatje relevant: bij een belastbaar inkomen tot € 68.843 geldt een basistarief van 24,5%, daarboven 31%.
Wie deze elf punten langsloopt, haalt doorgaans het meeste rendement uit de tijd die in de aangifte gaat zitten: eerder indienen, minder correcties achteraf, en vooral minder kans dat aftrekposten en optimalisaties blijven liggen. En als er tijdens het invullen vragen ontstaan: de Belastingdienst biedt ook hulp, online en telefonisch—gebruik die optie liever vroeg dan laat in het proces.

Martine Peeters werkt bij Nextens Fiscale Software en schrijft over hoe fiscale ontwikkelingen de samenleving beïnvloeden.